|
Twee jaar en twee dagen is ons Suusje nu. Een schattig klein meisje
met blonde pijpenkrulletjes. Altijd vrolijk, en als ze al eens boos
kijkt, prikken we daar zo doorheen. Ze weet precies wat ze wil,
en dankzij haar grote woordenschat kan ze dat ook prima uitdrukken
en heeft ze weinig last van frustraties. Ze doet ons telkens weer
versteld staan met wat ze zegt; ze praat al in hele zinnetjes, vervoegt
werkwoorden zoals in "het konijn viel om" en probeert
al hele verhalen te vertellen met "en toen... en toen".
Ze kan tot twintig tellen en zingt allerlei liedjes ("Néé,
máma niet, Súzie zingen" klinkt het streng zodra
ik mijn mond open doe om gezellig mee in te zetten).
We beseffen wel dat haar taalontwikkeling waarschijnlijk
niet zozeer onze verdienste als ouders is, maar veel meer die van
haar broers. Suus is dol op haar drie grote broers van 4, 6 en 8,
en zij op haar. Er wordt volop met haar gekletst, gespeeld en gelachen.
`Suus, zeg maar dit,' `Nee Suus, zeg maar dat!' Spelenderwijs pikt
ze ontzettend veel van hen op, en ze voelt zich in alle opzichten
hun gelijke. Lastig als er hoge klimrekken en gevaarlijke glijbanen
in de buurt zijn, maar ook heel vertederend om te zien.
En toen, een paar weken geleden, werden we ineens
met de neus op de feiten gedrukt en bleek onze snoezige dreumes
niet alleen nuttige woorden op te pikken van haar grote voorbeelden.
Ze kwam van de glijbaan af zoeven, landde in het zand en riep terwijl
ze overeind krabbelde: `Vét joh!' Toen wij stamelden wat
ze precies bedoelde, voegde ze er onbekommerd aan toe: `Vet cool.'
Ik vraag me af of dat lemma ook is opgenomen in 'Mijn eerste Van
Dale'
Manon van der Drift, Molenhoek
|