Een stadsjongetje in de Hortus
Al meer dan 10 jaar is de Hortus mijn geliefde 'achtertuin'
en deze ervaring wil ik graag delen met mijn zoontje van vier. "Is
er ook een hoge glijbaan?" vraagt hij als ik aankondig dat
we naar de Hortus gaan. "Nee" moet ik toegeven, "maar
wel een hoge trap." "Die hebben we thuis ook."
reageert hij onverschillig. Als hij op zijn vraag naar springkussens,
botsautos en klimrekken eveneens een ontkennend antwoord krijgt
is zijn animo niet groot. Ook mijn verhaal over een tovertuin met planten
en bomen uit verre landen kan hem niet bekoren. "Dan kunnen
we toch ook naar het park" zegt hij nuchter.
Toen we voor de Hortus stonden, was hij echter toch onder de indruk.
Aanvankelijk keek hij kritisch naar het groen dat hem tegemoet straalde.
Maar hij deed toch een stapje naar voren alsof hij 'de uitgestoken hand
van de Hortus' in overweging nam. Hij is op een leeftijd waarop hij
elke minuut zijn onafhankelijkheid benadrukt.
"Weet je wat", begon ik met een zoetgevooisde stem
"we doen net of jij de baas van de tuin bent en mij alles laat
zien." Dat was in de roos, zag ik aan zijn ogen. Voor de vorm
bleef hij nog even talmen en toen toog hij met een krachtige padvinderspas
op weg. "Kom maar mama, je hoeft niet bang te zijn voor de tijgers"
stelde hij me gerust. Met zijn kleine armpjes duwde hij krachtig tegen
de deur van de kassen. En daar was hij cowboy en indiaan tussen de cactussen,
Mogli uit de Junglefilm in de tropische kas en brandweer op de hoge
metalen trap die, moest hij toegeven, wel heel wat spannender was dan
de trap thuis.
Terloops liet ik hem de bananenplant zien (al keek hij me wat wantrouwend
aan bij zijn vraag wanneer die bananen er dan aan kwamen en of je ze
dan op kon eten), de kikkervisjes die eens kikker zullen worden (maar
hoe dan mama? en trouwen ze dan ook met die prinses?), de rupsen
die voor je t weet als vliegende vlaggetjes om je heen zwermen,
kruidje roer me niet en al die andere wonderlijke vormen, kleuren en
materialen
Regelmatig riep hij "mama, een vogel" of "zie
je die mooie bloem?"en dan sloegen we weer een spannend paadje
in. Ik ontdekte dat de talrijke en extra aangelegde paadjes ideaal zijn
voor het formaat van een vierjarig kind. Een Madurodam-oerwoud waar
hij geen genoeg van kon krijgen.
Uren hebben we zo gelopen, beiden verdiept en betoverd door de natuur
midden in de stad. Tot ik, na naar mijn gevoel kilometers gelopen te
hebben snakte naar een kopje koffie en smeekte om een rustpauze. "Oke,
dan", zei hij met enige tegenzin, omgekocht door de beroemde
chocoladetaart van de Hortus, "maar gaan we dan morgen weer,
mam?".
Veronica van Roon, Amsterdam