|
Het was na de oorlog. Ik was zes jaar was en ging
vol verwachting naar de eerste klas. Ik weet het nog goed. Mijn
moeder had mij een nieuw vestje aangedaan dat ze zelf had gemaakt.
Wat was ik trots. Vol afwachting van wat er ging gebeuren stapte
ik de klas in. De juffrouw stelde ons aan elkaar voor en noemde
onze namen. Plotseling stond er een jongetje op en wees naar mij.
Hij riep: "kijk daar zit een aapje." Ik had in die tijd
erg dun haar, hele grote ogen en oren. Wat was ik verdrietig. Ik
liep op de jongen af en riep "mijn vader en moeder vinden mij
het mooiste meisje van de wereld!' Ik heb er lange tijd heel veel
verdriet van gehad
Jaren later mocht mijn kleindochter van vier jaar naar school.
Ze ging vol trots met haar tas de klas in. De andere kinderen waren
al aan elkaar gewend. De juffrouw stelde haar en de andere kinderen
aan elkaar voor. Toen riep een jongen: "kijk, ze heeft apenoren!"
Op dat moment werd ze heel boos en verdrietig. Ze bleef roepen "ik
ben een mooi meisje! Ik heb geen apenoren! Ik ben een mooi meisje!"
Toen ze mij heel verdrietig dit verhaal vertelde kwam mijn eigen
pijn en boosheid van vroeger weer up. Ik troostte haar: "je
bent een heel mooi meisje". Wat was ik graag naar die school
gegaan om die jongen aan te spreken. Ik wist dat ik het dan alleen
nog erger zou maken. Deze dag zal ze niet meer vergeten. Ik dacht
dat ik het had weggestopt. Maar de pijn en verdriet beleefde ik
opnieuw toen ik dit verhaal van mijn kleindochter hoorde.
N. J.
|