Voorlezen is zoveel meer dan alleen woorden op papier tot leven brengen. Het is een moment van rust, gezelligheid en verbinding met je kind.
Of je nu een doorgewinterde voorlezer bent of er net mee begint, met een paar slimme tips wordt voorlezen niet alleen leuker, maar ook leerzamer.
In de tabel hieronder vind je praktische ideeën die je meteen kunt toepassen, zodat elk voorleesmoment een klein avontuur wordt.
| Hoe? | Waarom? |
|---|---|
| Weet wat je leest! | Lees het boek eerst zelf even door. Waar gaat het precies over? Wat gebeurt er allemaal? Hoe eindigt het? |
| Je eigen voorleesritueel | Kies een rustige plek en een fijn moment op de dag om voor te lezen. Dat hoeft echt niet altijd voor het slapengaan te zijn. Misschien heb je iets in huis dat bij het verhaal past? Haal het erbij! |
| Bekijk samen de kaft | Lees de titel hardop en kijk samen goed naar de voorkant. Praat er even over. Wat zou er kunnen gebeuren in het boek? |
| Laat je kind vertellen | Geef je kind de ruimte om tijdens het lezen iets te zeggen. Alles mag, het hoeft niet ‘goed’ te zijn. |
| Speel in op reacties | Reageer op wat je kind zegt. Vraagt het iets of roept het iets tussendoor? Vraag dan door. |
| Voorspel samen het verhaal | Komt er een spannend stuk aan? Vraag dan eens wat je kind denkt dat er gaat gebeuren. |
| Besteed aandacht aan moeilijke woorden | Bedenk vooraf welke woorden lastig kunnen zijn. Snapt je kind een woord niet? Help dan meteen. |
| Maak het levendig | Gebruik je stem, maak geluiden of gebaren, of laat je kind iets nadoen uit het verhaal. |
| Praat na over het boek | Laat je kind het verhaal nog eens navertellen, bijvoorbeeld aan een broertje of zusje. |
| Herhaling: lees het boek vaker voor | Grote kans dat je kind het nog een keer wil horen. Gewoon doen! |