Rustig slapende baby in een bedje

Wanneer slaapt een baby door? Realistische verwachtingen en tips

De meeste baby’s gaan tussen 6 maanden en 1 jaar langere stukken achter elkaar slapen, maar de spreiding is enorm en ’s nachts wakker worden blijft het hele eerste jaar normaal. Doorslapen betekent voor een baby trouwens niet 12 uur aan één stuk: een aaneengesloten stuk van zo’n 5 tot 6 uur telt al als doorslapen. Een gouden tip die bij elke baby werkt bestaat niet, een paar dingen helpen wel.

Weinig vragen leveren zoveel slapeloze frustratie op als deze. Op het schoolplein lijkt elke andere baby al maanden door te slapen, terwijl die van jou nog drie keer per nacht wakker wordt. Tijd om de druk eraf te halen: wat is normaal, wat mag je echt verwachten, en wat helpt nu wel en niet?

Belangrijkste punten

  • Doorslapen telt al vanaf een aaneengesloten stuk van ongeveer 5 tot 6 uur, niet pas bij 12 uur.
  • De meeste baby’s slapen ergens tussen 6 maanden en 1 jaar langere stukken, maar later mag ook en is normaal.
  • ’s Nachts kort wakker worden hoort bij een gezonde babyslaap; het gaat erom of je baby zichzelf weer in slaap kan vallen.
  • Een vast ritme, een rustige slaapomgeving en zelf leren inslapen helpen het meest.
  • Een gouden tip die bij iedere baby werkt bestaat niet. Verwachtingen bijstellen scheelt vaak het meest.

Wat betekent doorslapen eigenlijk?

Doorslapen betekent bij een baby niet dat hij van zeven uur ’s avonds tot zeven uur ’s ochtends geen kik geeft. In de praktijk noemen we het al doorslapen als een baby een aaneengesloten stuk van ongeveer 5 tot 6 uur slaapt. Word je om elf uur ’s avonds nog even wakker gevoed en slaapt je baby daarna door tot een uur of vijf? Dan slaapt hij volgens die definitie gewoon door.

Dat is belangrijk om te weten, want veel ouders meten zich aan een ideaalbeeld dat niet klopt. Je baby hoeft niet de hele nacht stil te liggen om “een goede slaper” te zijn. Het echte verschil zit niet in nooit wakker worden, maar in hoe makkelijk je baby weer in slaap valt als hij wakker wordt.

Wanneer gaat een baby doorslapen?

De meeste baby’s gaan tussen 6 maanden en 1 jaar langere stukken achter elkaar slapen. Maar dat is een gemiddelde met een hele brede marge eromheen. De een doet het met vier maanden, de ander pas ruim na de eerste verjaardag, en allebei is het normaal. Een baby die laat doorslaapt, is niet “achter” of verkeerd bezig.

Moeder houdt 's nachts haar baby vast in zacht lamplicht
Leeftijd Wat is gangbaar ’s nachts?
0 tot 3 maanden Wordt nog meerdere keren per nacht wakker, vooral voor voeding. Doorslapen hoort hier nog niet bij.
3 tot 6 maanden Sommige baby’s maken al een lang stuk, vaak nog 1 tot 2 voedingen per nacht.
6 tot 12 maanden Veel baby’s slapen langere stukken door, soms met een korte wakkere periode.
Vanaf 1 jaar De meeste peuters slapen ’s nachts door, met af en toe een onderbreking door tandjes, ziekte of een fase.
Globaal beeld van de nachtrust per leeftijd. De spreiding is groot, dit zijn richtlijnen en geen norm waar je baby aan moet voldoen.

Waarom wordt mijn baby ’s nachts steeds wakker?

Even wakker worden ’s nachts is geen storing, maar onderdeel van hoe slaap werkt. Iedereen, ook volwassenen, schiet tussen slaapcycli door even in een lichtere slaap. Een baby die geleerd heeft zichzelf te troosten, draait zich om en slaapt verder. Eentje die dat nog niet kan, wordt klaarwakker en roept jou. Daar zit vaak de kern van het “niet doorslapen”.

Veelvoorkomende redenen dat een baby wakker wordt en blijft:

  • Honger, vooral bij jonge baby’s die ’s nachts nog voeding nodig hebben.
  • Een associatie: je baby valt alleen in slaap mét wiegen, voeden of jouw aanwezigheid, en zoekt dat ’s nachts opnieuw.
  • Een onrustig of wisselend dagritme, waardoor de nacht ook rommelig wordt.
  • Een ontwikkelingssprong of slaapregressie, waarin het slapen tijdelijk verslechtert.
  • Tandjes, een verkoudheid of het te warm of te koud hebben.

Hoe help je je baby beter doorslapen?

Er is geen toverwoord, maar er zijn wel een paar dingen die bij veel baby’s echt verschil maken. Niet als trucje voor vannacht, wel als opbouw over een paar weken.

  1. Werk aan een vast dag- en avondritme. Een voorspelbare dag maakt de nacht rustiger. Een vast slaapschema per leeftijd is hierbij je belangrijkste hulpmiddel.
  2. Houd een kort, herkenbaar slaapritueel aan. Bijvoorbeeld luier, slaapzak, een boekje, gordijnen dicht. Dezelfde volgorde, elke avond.
  3. Leg je baby wakker maar slaperig in bed. Zo leert hij zichzelf in slaap te vallen, en dat is precies wat hij ’s nachts ook nodig heeft.
  4. Zorg voor een rustige, veilige slaapomgeving. Niet te warm, donker en prikkelarm. Zie ook onze uitleg over veilig slapen.
  5. Bouw nachtvoeding pas af als je baby eraan toe is. Bij oudere baby’s die overdag genoeg binnenkrijgen, mag de nachtvoeding er geleidelijk uit, het liefst in overleg met het consultatiebureau.

Blijft je baby structureel slecht slapen of maak je je zorgen? Lees dan ook ons artikel over wat je doet als je baby niet wil slapen, en overleg gerust met je consultatiebureau. Het Centrum voor Jeugd en Gezin geeft hier betrouwbare uitleg over wanneer baby’s doorslapen.

Tip van onze redactie

Wacht bij nachtelijk gehuil even een minuutje voor je naar binnen stormt. Veel baby’s maken in hun slaap geluid of huilen kort en vallen daarna zelf weer in slaap. Direct ingrijpen maakt ze juist klaarwakker.

Bestaat er een gouden tip om je baby te laten doorslapen?

Eerlijk antwoord: nee. Elke baby die “dankzij” een bepaald product of trucje ineens doorsliep, was waarschijnlijk toch aan die stap toe. Doorslapen is voor een groot deel een kwestie van rijping: het zenuwstelsel moet er klaar voor zijn. Je kunt het wel een handje helpen met ritme en zelf leren inslapen, maar je kunt het niet afdwingen.

Dat is eigenlijk goed nieuws. Het betekent dat je niets fout doet als je baby nog niet doorslaapt, en dat het bij vrijwel iedereen vanzelf komt. De grootste winst zit vaak niet in een nieuw trucje, maar in het loslaten van de druk dat het nú moet gebeuren.

Bij mijn eigen zoon hielp geen enkel goedbedoeld advies, tot hij rond een maand of acht ineens uit zichzelf een hele nacht doorsliep. Ik had die week net besloten te stoppen met tellen en me er niet meer druk om te maken. Misschien toeval, maar het paste precies bij wat ik intussen van andere ouders hoorde: het komt als je kindje eraan toe is, niet als jij het wilt.

Veelgestelde vragen over doorslapen

Wanneer slaapt een baby door?

Een baby slaapt meestal ergens tussen 6 maanden en 1 jaar langere stukken door, maar de spreiding is groot. Sommige baby’s doen het eerder, andere pas na hun eerste verjaardag, en beide is normaal. Doorslapen betekent een aaneengesloten stuk van ongeveer 5 tot 6 uur, niet de hele nacht stil liggen.

Wat betekent doorslapen bij een baby precies?

Doorslapen betekent bij een baby een aaneengesloten stuk slaap van ongeveer 5 tot 6 uur, niet per se twaalf uur achter elkaar. Slaapt je baby na de late voeding door tot de vroege ochtend, dan telt dat al als doorslapen. Het draait niet om nooit wakker worden, maar om weer makkelijk in slaap vallen.

Waarom wordt mijn baby ’s nachts steeds wakker?

Je baby wordt ’s nachts wakker omdat iedereen tussen slaapcycli door even in een lichtere slaap komt. Een baby die zichzelf kan troosten, slaapt dan verder; eentje die dat nog niet kan, wordt klaarwakker. Honger, een slaapassociatie, tandjes of een slaapregressie kunnen het wakker blijven versterken.

Hoe kan ik mijn baby helpen beter door te slapen?

Je helpt je baby beter doorslapen met een vast dag- en avondritme, een kort slaapritueel en door hem wakker maar slaperig in bed te leggen. Zo leert hij zichzelf in slaap te vallen. Een rustige, veilige slaapomgeving helpt ook. Forceren kan niet: doorslapen is deels een kwestie van rijping.

Bestaat er een gouden tip om een baby te laten doorslapen?

Een gouden tip die bij elke baby werkt, bestaat niet. Doorslapen hangt grotendeels af van rijping van het zenuwstelsel, en dat kun je niet afdwingen. Wel kun je het ondersteunen met ritme, een slaapritueel en zelf leren inslapen. De grootste winst zit vaak in het loslaten van de druk dat het meteen moet.

Wanneer kun je de nachtvoeding afbouwen?

De nachtvoeding kun je vaak afbouwen wanneer je baby overdag genoeg binnenkrijgt en oud genoeg is, bij veel baby’s vanaf een maand of zes. Doe dit geleidelijk en het liefst in overleg met het consultatiebureau. Jonge baby’s hebben de nachtvoeding meestal nog gewoon nodig om te groeien.

Foto van Sanne van de Berg
Sanne van de Berg
Als moeder van twee energieke peuters weet Sanne als geen ander dat het ouderschap een prachtig avontuur is, maar soms ook een behoorlijke uitdaging. Met een achtergrond in de pedagogiek en een rugzak vol eigen ervaringen, deelt ze op PeuterPlace praktische tips en creatieve ideeën.

Meer interessante artikelen